Naar inhoud springen

zitplaats

Uit WikiWoordenboek
  • zit·plaats
enkelvoud meervoud
naamwoord zitplaats zitplaatsen
verkleinwoord zitplaatsje zitplaatsjes

dezitplaatsv/m

  1. een plaats waar men kan zitten
    • Dit theater telt driehonderd zitplaatsen. 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be