antigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van gen met het voorvoegsel anti-
enkelvoud meervoud
naamwoord antigen antigenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

antigen o

  1. (biologie) een molecuul dat in staat is een reactie van het afweersysteem op te wekken, waarbij antistoffen worden aangemaakt
Synoniemen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /antɪgɛn/
Woordafbreking
  • an·ti·gen

Zelfstandig naamwoord

antigen m onbezield

  1. (biologie) antigeen
Verbuiging
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

Meer informatie