antigenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·ge·nen

Zelfstandig naamwoord

antigenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord antigeen
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord antigen