gen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gen
enkelvoud meervoud
naamwoord gen genen
verkleinwoord gennetje gennetjes

Zelfstandig naamwoord

gen o

  1. (biologie) drager van informatie van de erfelijke eigenschappen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Duitse woord Gen

Zelfstandig naamwoord

gen m onbezield

  1. (biologie) gen; drager van informatie van de erfelijke eigenschappen
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwijzingen

Meer informatie


Turks

Woordafbreking
  • gen
enkelvoud meervoud
nominatief   gen     genler  
genitief   genin     genlerin  
datief   gene     genlere  
accusatief   geni     genleri  
locatief   gende     genlerde  
ablatief   genden     genlerden  

Zelfstandig naamwoord

gen

  1. (biologie) gen