absentia

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·sen·tia
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

absentia

  1. afwezigheid, alleen deel van de vaste verbinding in absentia

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Latijn

Zelfstandig naamwoord

absantia v

  1. afwezigheid
Verbuiging