afwasser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·was·ser
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwasser afwassers
verkleinwoord afwassertje afwassertjes

Zelfstandig naamwoord

afwasser m

  1. (techniek) een apparaat om automatisch de afwas te doen
  2. (beroep) een persoon die instaat voor de afwas in een restaurant
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be