afwasmachine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

afwasmachine
Uitspraak
Woordafbreking
  • af·was·ma·chi·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwasmachine afwasmachines
verkleinwoord afwasmachinetje afwasmachinetjes

Zelfstandig naamwoord

afwasmachine v

  1. een apparaat om automatisch de afwas te doen
    • Zet de vaat even in de afwasmachine. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen