adjudant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·ju·dant
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘officier van de staf’ voor het eerst aangetroffen in 1706 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord adjudant adjudanten
verkleinwoord adjudantje adjudantjes

Zelfstandig naamwoord

adjudant m

  1. (militair) (beroep) een rang boven die van sergeant en sergeant-majoor
    • Hij moest bij de adjudant komen. 
  2. een persoonlijke helper van een hooggeplaatst persoon
    • Gelukkig kon hij altijd op zijn adjudant rekenen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen