abrikoos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Abrikozen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abri·koos
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse abricots (abrikozen) dat geïnterpreteerd is als een enkelvoudige vorm [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord abrikoos abrikozen
verkleinwoord abrikoosje abrikoosjes

Zelfstandig naamwoord

abrikoos

  1. v/m; (fruit) een vrucht van de abrikozenboom
    Abrikozen smaken heerlijk door de yoghurt.
  2. m (plantkunde) een boom van de soort Prunus armeniaca Wikispecies-logo-en.png
    Aan de abrikoos zaten veel abrikozen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl