abrikoos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Abrikozen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abri·koos
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse abricots (abrikozen) dat geïnterpreteerd is als een enkelvoudige vorm [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord abrikoos abrikozen
verkleinwoord abrikoosje abrikoosjes

Zelfstandig naamwoord

abrikoos

  1. v/m; (fruit) een vrucht van de abrikozenboom
    • Abrikozen smaken heerlijk door de yoghurt. 
  2. m (plantkunde) een boom van de soort Prunus armeniaca op Wikispecies
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen