abrikozenboom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abri·ko·zen·boom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord abrikozenboom abrikozenbomen
verkleinwoord abrikozenboompje abrikozenboompjes

Zelfstandig naamwoord

abrikozenboom m/v

  1. (plantkunde) een boom waaraan abrikozen groeien
    • Wat hebben jullie een mooie abrikozenboom in jullie tuin staan! 
Vertalingen

Gangbaarheid