aasvlieg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aas·vlieg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aasvlieg aasvliegen
verkleinwoord aasvliegje aasvliegjes

Zelfstandig naamwoord

aasvlieg v/m

  1. bepaalde vlieg die op kadavers eieren legt

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.