aasvlieg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aas·vlieg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aasvlieg aasvliegen
verkleinwoord aasvliegje aasvliegjes

Zelfstandig naamwoord

aasvlieg v/m

  1. bepaalde vlieg die op kadavers eieren legt

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be