aanwenden
Uiterlijk
- aan·wen·den
- samenstelling van aan en wenden
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanwenden |
wendde aan |
aangewend |
| zwak -d | volledig | |
aanwenden
- overgankelijk gebruikmaken van
- Je kunt deze methode aanwenden om het wiskundige probleem op te lossen.
- Hij wendde zijn autoriteit aan om zijn eigen zin door te drijven.
- ▸ De energie die een man gebruikt om weet ik veel goed werk te maken, moet ik van jou aanwenden om “dingen te veranderen". Je snapt het niet, omdat jij altijd als een individu hebt kunnen leven, Isaac. En toch is alles wat je doet als man universeel.[1]
| vervoeging van |
|---|
| aanwennen |
aanwenden
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van aanwennen
- ...dat wij aanwenden.
- ...dat jullie aanwenden.
- ...dat zij aanwenden.
- ...dat wij aanwenden.
- Het woord aanwenden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aanwenden" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %