autoriteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·ri·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord autoriteit autoriteiten
verkleinwoord autoriteitje autoriteitjes

Zelfstandig naamwoord

autoriteit v

  1. de overheid
    Van de autoriteiten mag er niet meer in de cafés gerookt worden.
  2. een persoon met veel kennis op een bepaald gebied
    Hij is een autoriteit op het gebied van wiskunde.
Afgeleide begrippen
Vertalingen