aansmeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·sme·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aansmeren
smeerde aan
aangesmeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

aansmeren

  1. (overgankelijk) met iets besmeren
  2. (ditransitief) aanpraten, listig verkopen
Vertalingen