aanschaffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·schaf·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanschaffen
/ˈansxɑfə(n)/
schafte aan
/sxɑftə ˈʔan/
aangeschaft
/ˈanɣəsxɑft/
zwak -t volledig

Werkwoord

aanschaffen

  1. (overgankelijk) kopen
    U dient de software na 30 dagen aan te schaffen.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen