aanschaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·schaf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanschaf aanschaffen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aanschaf m

  1. het zich iets aanschaffen
    De aanschaf van huisdieren is een serieuze zaak.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aanschaffen

aanschaf

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanschaffen
    ... dat ik aanschaf.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.