schaffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaf·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schaffen
schafte
geschaft
zwak -t volledig

Werkwoord

schaffen

  1. overgankelijk (verouderd) beschikbaar maken
    • Wat schaft de pot? 
    • 't Verkwiklijk veldgroen schafte altijd
      Een overheilzaam rusttapijt;
      ....
      Voor die zich in zijn schaduw bogen.[2]
       
Hyponiemen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. "De Gouden Eeuw" in Kleine dichterlijk handschriften
    Pieter Johannes Uylenbroek
    Uitegeven Schalekamp en Van de Grampel, 1823


Duits

Werkwoord

schaffen

  1. klaarspelen