schaffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaf·fen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tot stand brengen, bezorgen’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schaffen
schafte
geschaft
zwak -t volledig

Werkwoord

schaffen

  1. overgankelijk (verouderd) beschikbaar maken
    • Wat schaft de pot? 
    • 't Verkwiklijk veldgroen schafte altijd
      Een overheilzaam rusttapijt;
      ....
      Voor die zich in zijn schaduw bogen.[3]
       
Hyponiemen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Duits

Werkwoord

schaffen

  1. klaarspelen