aanbiedingsbrief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bie·dings·brief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbiedingsbrief aanbiedingsbrieven
verkleinwoord aanbiedingsbriefje aanbiedingsbriefjes

Zelfstandig naamwoord

aanbiedingsbrief m

  1. (formeel) schrijven waarbij een rapport wordt aangeboden
    • Minister Schippers heeft een aanbiedingsbrief geschreven bij het rapport 'Niet alles wat kan, hoeft'. 

Gangbaarheid