Konjunktiv

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /'kɔnjʊŋktiːf/
Woordafbreking
  • Kon·junk·tiv

Zelfstandig naamwoord

Konjunktiv m

  1. (taalkunde) aanvoegende wijs, conjunctief
Verbuiging