Heer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: heer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Heer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Heer -
verkleinwoord - -

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Zelfstandig naamwoord

Heer m

  1. (religie) de christelijke aanduiding voor God
    Vanuit de vlammen wordt Mozes door de Heer aangeroepen.[1]
  2. (religie) vanuit het leerstuk van de Heilige Drievuldigheid ook gebruikt als aanduiding van Jezus Christus
    „Ter Linden is een markante christen die zegt dat bijbelverhalen wel waar zijn, maar niet echt gebeurd. Sommigen vinden dat dat niet kan, want dit is toch een festival waar verteld wordt dat Jezus Heer is.[2]
Schrijfwijzen

Het is gebruikelijk om in kleinkapitaal aan te geven als in de oorspronkelijke tekst het tetragrammaton JHWH gebruikt werd, soms wordt dan geen gebruik meer gemaakt van een beginhoofdletter H [3]. Hieronder geven we van deze gewoonte een beeld, dit houdt geen oordeel in over de juistheid of wenselijkheid daarvan.

  • Heer
  • heer
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • De Heer heeft gegeven en de Heer heeft genomen.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Zwier, G.J. "Hel" in: Nieuwsblad van het Noorden jrg. 106 nr. 77 (1 april 1993); p. 9 kol. 1; geraadpleegd 2016-09-27
  2. "Grensverleggend 17e Flevo Totaal Festival" in: Nederlands Dagblad jrg. 50 nr. 12788 (20 augustus 1994); p. 2 kol. 6; geraadpleegd 2016-09-27
  3. De godsnaam JHWH op de website nbv.nl; geraadpleegd 2015-10-12

Meer informatie


Duits

Zelfstandig naamwoord

Heer o

  1. leger