heren
Uiterlijk
- he·ren
de heren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord heer
- ▸ Natuurlijk hebben noch ik noch de heren in lange jurken enig idee wat waar is en wat niet, maar je moet tenslotte toch ergens in geloven. Ik zal er wellicht heel anders over denken over tien jaar tijd. Ik blijf zoeken.[1]
- ▸ Ze was de receptioniste en was er altijd; achter de balie las ze de Express, met haar ellebogen op het hout, kauwgom kauwend, tot de hoge heren kwamen en ze de kauwgom in de prullenbak gooide.[2]
- Het woord heren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704
heren
- verouderde spelling of vorm van hæren tot 2012
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Nynorsk
- Woorden in het Nynorsk van lengte 5
- Oude spelling van het Nynorsk van voor 2012
- Verouderd in het Nynorsk