Naar inhoud springen

Frank

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: frank
  • Frank
  enkelvoud
nominatief   Frank  
genitief   Franks  

Frank m

  1. (mannelijke naam) jongensnaam
     ‘De goden moeten weten dat ze hier hard nodig zijn,’ zei luitenant Frank Walker, die een paar dagen ervoor over Bastogne was gevlogen in een kleine observatiehelikopter.[1]
     De Nederlandse geschiedfilosoof Frank Ankersmit (1945) stelt in zijn proefschrift Narrative Logic uit 1981 voor om in het geval van het tweede te spreken van 'narratieve substanties'.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord Frank Franken
verkleinwoord Frankje Frankjes

deFrankm

  1. lid van een Germaans volk
  1. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  2. Chiel van den Akker
    “Geschiedenis” (2019), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310578
  • Frank

Frank m bezield

  1. (demoniem) Frank; een mannelijk lid van de Germaanse stam de Franken
  2. (demoniem) (verouderd) Fransman
  3. (verouderd) Europeaan, christen (vanuit een islamitisch perspectief)
  1. -
  2. Francouz m bezield
  3. Evropan m bezield, křesťan m bezield