Bäcker

From WikiWoordenboek
Jump to navigation Jump to search
Ein Bäcker in Dreden
Een bakker in Dresden

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Bä·cker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
nominatief der Bäcker die Bäcker
genitief des Bäckers der Bäcker
datief dem Bäcker den Bäckern
accusatief den Bäcker die Bäcker
Naar frequentie 14174

Zelfstandig naamwoord

Bäcker, m

  1. (beroep) bakker
    «Aufgrund des zunehmenden Preisdrucks mussten in den letzten Jahrzehnten viele traditionelle Bäcker ihren Betrieb aufgeben.»
    Vanwege de toenemende prijsdruk moesten veel traditionele bakkers de afgelopen decennia hun onderneming opgeven.
Hyperoniemen
  • (verouderd, Zuid-Duitsland) Pfister
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Opmerkingen