þus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Gotisch

enkelvoud tweevoud meervoud
nominatief þu *jut jus
accusatief þuk igqis izwis
genitief þeina igqis izwara
datief þus igqara izwis

Persoonlijk voornaamwoord

þus

  1. (aan/voor) jou (datief van de tweede persoon enkelvoud)