kunnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kun·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: connen
Oudnederlands: kunnan
Germaans: *kunnanan
Indo-Europees: *ǵneH₃-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: can, con, cunning, canny (Angelsaksisch: cunnan), Duits: können, (Oudhoogduits: kunnan), Fries: kinne (Oudfries: kunna)
Noord: Zweeds/IJslands/Faeröers: kunna, (Oudnoors: kunna), Deens: kunne
Oost: Gotisch: kunnan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kunnen
kon
gekund
onregelmatig volledig

Werkwoord

kunnen

  1. (modaal werkwoord) in staat zijn
    Je kunt daarover nog veel meer zeggen.
  2. (Limburg) kennen.
Vaste voorzetsels
  • af kunnen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • (er niet) over uit kunnen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen