wish

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse wyscan.
enkelvoud meervoud
wish wishes

Zelfstandig naamwoord

wish

  1. wens
    «It was Jim's wish to be buried in Amsterdam.»
    Het was Jims wens om in Amsterdam begraven te worden.
vervoeging
onbepaalde wijs to wish
he/she/it wishes
verleden tijd wished
voltooid
deelwoord
wished
onvoltooid
deelwoord
wishing
gebiedende wijs wish

Werkwoord

wish

  1. (overgankelijk) wensen
  2. (overgankelijk) verlangen

Frase

wish for

  1. (overgankelijk) wensen voor
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen