wollen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wol·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van wol met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen wollen

Bijvoeglijk naamwoord

wollen

  1. gemaakt van wol
    Hij draagt sinds kort weer wollen sokken.
Vertalingen


Duits

Werkwoord

wollen

  1. (modaal werkwoord) willen