voeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voeren |
voerde |
gevoerd |
| volledig | ||
Werkwoord
voeren
- geleiden, ergens heen brengen.
- De gijzelaar werd geblinddoekt naar het schavot gevoerd.
- kleding aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien.
- Deze jas is met bont gevoerd.
- dieren te eten geven.
- Voer dat maar aan de varkens!
- een kind eten in de mond stoppen.
- Het duurt uren om Jantje te voeren.
- meervoud verleden tijd van varen.
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |