opvoeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- op·voe·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opvoeren |
voerde op |
opgevoerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
opvoeren
- (overgankelijk) doen toenemen
- De productie daarvan wordt komend jaar opgevoerd tot het dubbele.
- (overgankelijk) als argument bijdragen
- De Arctische oscillatie wordt opgevoerd als argument voor de opwarming in het Arctische gebied.
- (overgankelijk) op het toneel laten zien
- Daarna werd de Gijsbrecht niet langer jaarlijks opgevoerd.
- (overgankelijk) ten einde voederen
- De muizen die ik had werden opgevoerd aan de slangen en daarna schafte ik een nieuwe collectie muizen aan.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| opvaren |
opvoeren
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van opvaren
- ...dat wij opvoeren.
- ...dat jullie opvoeren.
- ...dat zij opvoeren.
- ...dat wij opvoeren.