meevoeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • mee·voe·ren

Werkwoord

vervoeging van
meevaren

meevoeren

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van meevaren
    ...dat wij meevoeren.
    ...dat jullie meevoeren.
    ...dat zij meevoeren.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen