voertuig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Nederland) ˈvuːrtœyx/
- (Vlaanderen) /ˈvuːrtœx/
Woordafbreking
- voer·tuig
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voertuig | voertuigen |
| verkleinwoord | voertuigje | voertuigjes |
Zelfstandig naamwoord
voertuig o
- door de mens gemaakt voorwerp, gewoonlijk op wielen, met als doel het verplaatsen van mensen of goederen.
- Heden ten dage is de auto het meest gebruikte voertuig.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. door de mens gemaakt voorwerp, gewoonlijk op wielen, met als doel het verplaatsen van mensen of goederen
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| voertuig | voertuie |
Zelfstandig naamwoord
voertuig