voertuig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voer·tuig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van voer (stam van het werkwoord voeren) en tuig, een tuig om te voeren dus.
enkelvoud meervoud
naamwoord voertuig voertuigen
verkleinwoord voertuigje voertuigjes

Zelfstandig naamwoord

voertuig o

  1. (verkeer) vervoermiddel met wielen of glijvlakken voor het vervoer over land van personen en goederen
    Heden ten dage is de auto het meest gebruikte voertuig.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord voertuig voertuie

Zelfstandig naamwoord

voertuig

  1. voertuig