ontvoeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontvoeren |
ontvoerde |
ontvoerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ontvoeren
- (overgankelijk) wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen
- Hij werd ontvoerd door een groep krijgszuchtige bandieten.