veto

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ve·to
Woordherkomst en -opbouw
  • Latijn: eerste persoon enkelvoud in de onvoltooid tegenwoordige tijd van “vetare” (verbieden)
enkelvoud meervoud
naamwoord veto veto's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

veto o

  1. (politiek) het recht, dat aan één of meer partijen van een besluitvormende raad kan zijn verleend, om het in stemming brengen van voorstellen te verbieden of aangenomen besluiten ongeldig te verklaren
    Een veto kon worden voorkomen door de tekst wat af te zwakken.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Turks

Woordafbreking
  • ve·to
enkelvoud meervoud
nominatief   veto     vetolar  
genitief   vetonun     vetoların  
datief   vetoya     vetolara  
accusatief   vetoyu     vetoları  
locatief   vetoda     vetolarda  
ablatief   vetodan     vetolardan  

Zelfstandig naamwoord

veto

  1. veto