voorrecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·recht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorrecht voorrechten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

voorrecht o

  1. (juridisch) recht, aan een persoon of een lichaam boven anderen toegekend
  2. omstandigheid waardoor men begunstigd is
Synoniemen
Vertalingen