voorrecht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·recht
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorrecht | voorrechten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
voorrecht o
- (juridisch) recht, aan een persoon of een lichaam boven anderen toegekend
- omstandigheid waardoor men begunstigd is
Synoniemen
Vertalingen
1.