privilege

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·vi·le·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord privilege privileges
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

privilege o

  1. een bepaald recht, voordeel niet genoten door anderen
    De stad had het privilege op de handel in wijn voor de hele regio.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie