stemming
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stem·ming
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van stemmen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stemming | stemmingen |
| verkleinwoord | stemminkje | stemminkjes |
Zelfstandig naamwoord
stemming v
- een mentale of emotionele toestand
- De stemming van de vergadering sloeg om na de beschuldiging van de voorzitter.
- het uitbrengen van de stem, bijvoorbeeld bij verkiezingen
- (financieel) de heersende mening over de toestand van de markt
- (muziek) de hoogte van de standaardtoon en de onderlinge toonhoogteverhoudingen van een muziekinstrument of toonladder
- Deze blokfluit is gemaakt in de gelijkzwevende stemming .
Synoniemen
- [1] humeur, gemoedsgesteldheid, luim
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
2. het uitbrengen van de stem, bijvoorbeeld bij verkiezingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.