stemming

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stem·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stemming stemmingen
verkleinwoord stemminkje stemminkjes

Zelfstandig naamwoord

stemming v

  1. een mentale of emotionele toestand
    De stemming van de vergadering sloeg om na de beschuldiging van de voorzitter.
  2. het uitbrengen van de stem, bijvoorbeeld bij verkiezingen
  3. (financieel) de heersende mening over de toestand van de markt
  4. (muziek) de hoogte van de standaardtoon en de onderlinge toonhoogteverhoudingen van een muziekinstrument of toonladder
    Deze blokfluit is gemaakt in de gelijkzwevende stemming .
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie