verlaten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ver·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verlaten |
verliet |
verlaten |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
verlaten (overgankelijk)
- weggaan (van)
- in de steek laten, laten vallen
- onverzorgd achterlaten
- overgieten
- zich laten gaan
- opgeven (van betrekking)
- iets uitstellen
Vertalingen
1. weggaan
|
|
2. in de steek laten
4. overgieten
5. zich laten gaan
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verlaten |
verlaatte |
verlaat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verlaten
- rekenen, vertrouwen op
Werkwoord
verlaten
- (wederkerend) zich ~: te laat komen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | verlaten |
| verbogen | verlaten[2] |
Bijvoeglijk naamwoord
verlaten
- leeg, stil
- Hij rijdt naar een stuk braakliggende grond op een verlaten plaats.