verlaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlaten
verliet
verlaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

verlaten (overgankelijk)

  1. weggaan (van)
    De delegatie verliet uit protest de vergadering.
  2. in de steek laten, laten vallen
    Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?
    De man beloofde zijn maîtresse dat hij zijn echtgenote voor haar zal verlaten.
  3. onverzorgd achterlaten
  4. overgieten
  5. zich laten gaan
  6. opgeven (van betrekking)
  7. (wederkerend) rekenen, vertrouwen op
    Hij verlaat zich op haar als hij mensen moet inschatten, waarbij zij sceptischer is.[2]
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlaten
verlaatte
verlaat
zwak -t volledig

Werkwoord

verlaten

  1. (overgankelijk) uitstellen
    Een technische storing verlaatte de lancering van de raket.

Deelwoord

deelwoord
onverbogen verlaten
verbogen verlaten[3]
vervoeging van
verlaten

verlaten voltooid deelwoord van verlaten

  1. vormt de voltooide tijden
    Ik heb vroegtijdig de school verlaten.
    Na het brandalarm had iedereen binnen enkele minuten het pand verlaten.
  2. vormt de lijdende vorm
    Wanneer de belangrijkere verkeersaders worden verlaten moet vaak over onverharde wegjes worden gereden.[4]
  3. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    Het plein is verlaten.
    Hij is door zijn vrouw verlaten.
  4. attributief gebruikt
    Hij rijdt naar een stuk braakliggende grond op een verlaten plaats.
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. volkskrant.nl
  3. taaladvies.net: Verlate / verlaten kinderen
  4. Birma: (Myanmar) door Hans Hulst ISBN 9068324284