vertrouwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·trou·wen
enkelvoud meervoud
naamwoord vertrouwen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vertrouwen o

  1. (psychologie) het geloof in betrouwbaarheid van een persoon
    Ik heb alle vertrouwen in je.
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertrouwen
vertrouwde
vertrouwd
zwak -d volledig

Werkwoord

vertrouwen

  1. (overgankelijk) geloven in de betrouwbaarheid van een persoon
    Wij zullen je voortaan meer vertrouwen.
Vaste voorzetsels
  • vertrouwen op
Vertalingen
Verwijzingen
  1. 1,0 1,1 http://bos.zrc-sazu.si/cgi/a03.exe?name=sskj_testa&expression=a&hs=59786