rekenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: rekenen (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈre.kə.nə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈre.kə.nə(n)/
- (Limburg): /ˈre.kə.nə(n)/
Woordafbreking
- re·ke·nen
Vaste voorzetsels
- rekenen op
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| rekenen |
rekende |
gerekend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
rekenen
- (inergatief) (wiskunde) getallen manipuleren
- Hij rekent erg langzaam, maar wel foutloos.
- (inergatief) in rekening brengen, factureren
- Deze garage rekent veel voor het vervangen van een uitlaat.
- (inergatief) ~ op vast vertrouwen op de uitkomst van een berekening of afspraak
- Daar was niet op gerekend.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. getallen manipuleren