tanga
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tan·ga
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tanga | - |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- hoog uitgesneden slip (onderbroek)
- één honderdste van de roebel van Tadzjikistan, die tot 2000 werd gebruikt
Synoniemen
Vertalingen
1.
Catalaans
Zelfstandig naamwoord
tanga v
Engels
Zelfstandig naamwoord
tanga
Kiribatisch
Werkwoord
tanga - toegeven; toestaan / erkennen
- tanga - verlaten; weggaan (van) / in de steek laten, laten vallen
- tanga - niet in de mogelijkheid zijn om zich te verweren, niet bestendig zijn
Noors
Zelfstandig naamwoord
tanga
Portugees
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| tanga | tangas |
Zelfstandig naamwoord
tanga v
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| tanga | tangas |
Zelfstandig naamwoord
tanga v
Tagalog
Zelfstandig naamwoord
tanga
Bijvoeglijk naamwoord
tanga
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woorden in het Catalaans
- Zelfstandig naamwoord in het Catalaans
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Woorden in het Kiribatisch
- Werkwoord in het Kiribatisch
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Woorden in het Portugees
- Zelfstandig naamwoord in het Portugees
- Woorden in het Spaans
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Woorden in het Tagalog
- Zelfstandig naamwoord in het Tagalog
- Bijvoeglijk naamwoord in het Tagalog