ver-
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /vər/
Woordherkomst en -opbouw
- >Middelnederlands: ver-, verwant aan Angelsaksisch en Engels for-, Oudhoogduits fir-, far-, for- vanwaar Duits: ver-. Waarschijnlijk ontstaan door het samenvallen van een aantal verschillende voorvoegsels: Gotisch: faír-, faúr- en fra-, (mogelijk verwant aan Oudgrieks: περί-, πρό- παρά- resp.). De meeste afleidingen met ver- gaan echter op got. fra- terug, dat de betekenis had van het tegengestelde of verandering (ten kwade) [1]
Voorvoegsel
Niet scheidbaar
- ver-
- (voorvoegsel): toegevoegd aan werkwoorden; geeft een verandering aan
- vervellen: van vel veranderen
- (voorvoegsel): vaak wordt een verandering ten kwade bedoeld
Referenties
- ↑ Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892