ont-

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
119
Woordherkomst en -opbouw
Van Proto-Germaans *and-, anþ(a)-,
vanwaar ook:
het voegwoord en
het voorvoegsel ant- in antwoord
Verwanten in andere Germaanse talen:
Engels: an- in answer
Duits: ent-, ant- in Antwort
Gotisch: 𐌰𐌽𐌳-
Zweeds: an-

Niet buiten Germaans.

Voorvoegsel

(niet scheidbaar)
ont-

  1. ont- + werkwoord geeft een beëindiging van een werking of een verwijdering aan.
    Iets ontvangen betekent iets uit andersmans handen krijgen.
  2. ont- + werkwoord vormt een in de regel ergatief werkwoord dat het begin van een spontaan proces aanduidt.
    Ontbranden betekent spontaan in brand vliegen.
  3. ont- + zelfstandig naamwoord + -en vormt een werkwoord dat een verwijdering van iets aangeeft.
    Iets ontbladeren betekent bladeren verwijderen
  4. ont- + bijvoeglijk naamwoord + -en vormt een werkwoord dat de beëindiging van een hoedanigheid aangeeft.
    Een klank ontronden betekent de klank minder gerond maken
    Het ontvetten van de keuken was een lastige klus.
  5. ont- + bijvoeglijk naamwoord + -en vormt een werkwoord dat het begin van een hoedanigheid aangeeft.
    Iemand ontnuchteren betekent echter juist iemand nuchter maken, bijvoorbeeld door de dronkenschap te beëindigen.
    Op verzoek van de arts ontblootte hij zijn bovenlijf.
Antoniemen
  • [3]: be-; vgl. bebossen en ontbossen.
  • [4]: in-; vgl. invetten en ontvetten.
Hyponiemen