voorvoegsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: voorvoegsel (hulp, bestand)
- IPA: /ˈvoːrvuxsəɫ/
Woordafbreking
- voor·voeg·sel
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van voorvoegen met het achtervoegsel -sel. Dit is een leenvertaling van de Latijnse term praefix (in het Nederlands ontleend als prefix).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorvoegsel | voorvoegsels |
| verkleinwoord | voorvoegseltje | voorvoegseltjes |
Zelfstandig naamwoord
voorvoegsel o
- (taalkunde) een gebonden morfeem dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
Synoniemen
Verwante begrippen
| Woorddelen in het Nederlands (nld) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
toevoegsel • voorvoegsel • achtervoegsel • invoegsel • omvoegsel |
|||||||||||
Vertalingen
1. een gebonden morfeem dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.