verleden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Zelfstandig naamwoord
verleden o
- de voorafgaande tijd , dat wat voorbij is.
- In het verleden.
Antoniemen
Vertalingen
1.
Bijvoeglijk naamwoord
verleden
- voorbij
- Verleden week.
Inhoud |
verleden o
verleden