tenor
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·nor
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tenor | tenoren |
| verkleinwoord | tenoortje | tenoortjes |
Zelfstandig naamwoord
tenor m
- hoge mannenstem, tenorstem
- (muziek) (beroep) een zanger met een hoge mannenstem
- De tenor was goed te horen, maar overheerste niet.
- (muziek) de meest langzaam gezongen melodiestem die de basis vormt voor een meerstemmige middeleeuwse compositie
- de lagere (maar niet de laagste) variant van een aantal muziekinstrumenten, zoals tenorsaxofoon etc.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- tenorsaxofoon, tenorstem, tenorblokfluit, tenorsaxofoon, tenorsaxhoorn, tenortrombone, tenortuba, tenortrom
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.