bas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bas
enkelvoud meervoud
naamwoord bas bassen
verkleinwoord basje basjes

Zelfstandig naamwoord

bas

  1. (muziekinstrument) het instrument dat doorgaans de laagste stem speelt
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bassen

bas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bassen
    Ik bas.
  2. gebiedende wijs van bassen
    Bas!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bassen
    Bas je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen