teken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·ken
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | teken | tekens, tekenen |
| verkleinwoord | tekentje | tekentjes |
Zelfstandig naamwoord
teken o
- (semiotiek) symbool, signaal, aanduiding
- Dat prachtige wegennet is een teken van aanzienlijke welvaart.
- een afgesproken gebaar
- Eindelijk kreeg hij het teken om van start te gaan.
- (taalkunde), (muziek), (wiskunde) de genormeerde figuren van het alfabet, muziekschrift, cijfers, operatoren enz.
- Een karakterset met allerlei tekens.
Synoniemen
- [1] aanwijzing, kenmerk, zinnebeeld
- [2] signaal, sein
- [3] karakter, symbool
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
|
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. symbool, signaal, aanduiding
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Zelfstandig naamwoord
teken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord teek
Hyponiemen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| tekenen |
teken
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tekenen
- Ik teken.
- gebiedende wijs van tekenen
- Teken!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tekenen
- Teken je?
Middelnederlands
Zelfstandig naamwoord
teken o
