kenmerk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ken·merk
enkelvoud meervoud
naamwoord kenmerk kenmerken
verkleinwoord kenmerkje kenmerkjes

Zelfstandig naamwoord

kenmerk o

  1. kenteken, karakteristieke eigenschap
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kenmerken

kenmerk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenmerken
    Ik kenmerk.
  2. gebiedende wijs van kenmerken
    Kenmerk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenmerken
    Kenmerk je?