signaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sig·naal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | signaal | signalen |
| verkleinwoord | signaaltje | signaaltjes |
Zelfstandig naamwoord
signaal o
- een vorm van informatie met een genormeerde betekenis, bv. het geven van een afgesproken teken
- Het getoonde signaal gaf aan dat de wedstrijd begon.
- een vorm van informatie waarvan de betekenis nog onduidelijk is
- De signalen uit de financiële wereld geven te denken.
- (natuurkunde), (astronomie) elektromagnetische straling die afkomstig is van een kosmische bron
- Men denkt dat het signaal van een snel ronddraaiende ster zoals een pulsar, afkomstig is.
- (natuurkunde), (elektronica), de elektrische spanning of stroom die afkomstig is van een detector, een microfoon, videocamera, dvd-speler, pc, sensor enz.
- Er zijn tegenwoordig veel bewerkingen van het signaal mogelijk.
- meer algemeen: analoge of digitale (elektrische) representaties van tijdsafhankelijke natuurkundige grootheden
- (natuurkunde), (elektronica) de elektromagnetische (draag-) golf die afkomstig is van een radiozender (omroep, gsm enz.)
- Het signaal van de satelliet is maar zwak, maar dat kan met een schotelantenne voldoende worden versterkt.
- (medisch) de informatie die van de zintuigen naar de hersenen wordt overgebracht
- Het oog zet het licht en de kleurinformatie om in een signaal dat via de oogzenuw naar de hersenen wordt geleid.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
- [1] alarmsignaal, beginsignaal, eindsignaal, noodsignaal, signaalhoorn, signaallamp, stopsignaal, tijdsignaal
- [2] geursignaal, rooksignaal
- [4] audiosignaal, signaalbron, signaalgever, signaalspanning, signaalsterkte, signaalversterker, videosignaal
- [5] antennesignaal, signaalruisverhouding, signaalsterkte, stoorsignaal
Verwante begrippen
- [1] alfabet, bericht, brief, code, communicatie, e-mail, gebaar, letterteken, lichaamtaal, mededeling, pictogram, schrift, semafoor, sms, symbool, taal, tamtam, telecommunicatie, verkeerlicht, verklikkerlicht, vuurtoren, waarschuwing, zwaailicht
- [2] aanwijzing, spoor, symptoom
- [3] gammaflits, pulsar, quasar, radiotelescoop, spectraallijn
- [4] elektronica
- [5] antenne, bakenzender, draadloos telefoontoestel, gsm-mast, mobiele telefoon, omroepzender, peilzender, radio-ontvanger, satellietontvanger