taster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
De vinger als taster [1,2]
Tasters [2]

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tas·ter
Woordherkomst en -opbouw

Van het werkwoord “tasten

enkelvoud meervoud
naamwoord taster tasters
verkleinwoord tastertje tastertjes

Zelfstandig naamwoord

taster m

  1. iets of iemand die tast
  2. (biologie) een zintuiglijk orgaan van insecten, waarmee informatieve signalen uit de omgeving kunnen worden waargenomen
    De taster van zo'n insect maakt verkenning van de omgeving in het duister mogelijk.
  3. (techniek) een instrument dat geschikt is om een signaal op te wekken met informatie over een spoor, lijn of oppervlak waarover het wordt bewogen, of over de omgeving waarin het zich bevindt
    De taster van het maanwagentje is onklaar geraakt.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen