taster
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tas·ter
Woordherkomst en -opbouw
Van het werkwoord “tasten”
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | taster | tasters |
| verkleinwoord | tastertje | tastertjes |
Zelfstandig naamwoord
taster m
- iets of iemand die tast
- (biologie) een zintuiglijk orgaan van insecten, waarmee informatieve signalen uit de omgeving kunnen worden waargenomen
- De taster van zo'n insect maakt verkenning van de omgeving in het duister mogelijk.
- (techniek) een instrument dat geschikt is om een signaal op te wekken met informatie over een spoor, lijn of oppervlak waarover het wordt bewogen, of over de omgeving waarin het zich bevindt
- De taster van het maanwagentje is onklaar geraakt.
Synoniemen
- [1] voeler, verkenner, waarnemer
- [2] antenne, voelspriet
- [3] detector, melder, meter, opnemer, peiler, sensor, signaalgever
Verwante begrippen
- [1] braillelezer, lezer
- [3] geigerteller, laser, metaaldetector, radar, scanner
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.